RINUS VAN DE VELDE

The Story of Frederic, Conrad, Jim and Rinus

05 September - 19 October, 2013

This way of working yields stylized, often explicitly posed snapshots of a pseudoheroic story set in a parallel universe, in which the artist is able to start a new life — a different artistic practice — over and over again. Behind this strategy lies a desire to step into the image, possibly even disappear into it. That is: by constantly staging his artistic practice, Van de Velde tries to undo the difference between life and work, or rather: he tries to live in his work — or more literally, his studio. There he — and in his slipstream the spectator — can, after all, move freely through an endless imaginary universe and identify with all possible alter egos (artists, evidently, but also other ‘heroes’, like musicians, sportsmen, scientists). In continuously adding images as well as ‘imagoes’ to his visually strongly recognizable mythology, he keeps on postponing the choice for a monolithic artistic practice. Or to put it differently, one could say that Van de Velde, by making drawings that have a strong own signature, paradoxically tries to become a ‘total artist’ that incorporates all possible artists.
For his second solo show at Tim Van Laere Gallery, Van de Velde built a full fledged set in his studio for the first time, where he took photos that served as the basis for his drawings. The accompanying text and quotes from that text that serve as captions on the drawings, tell a fragmentary story about the adventures of the artist himself (who wears the mask of an abstract expressionist this time) and three friends: art dealer Jim V., philosopher Frederic Z. and writer Conrad M. The focus lies on their experience of the artificial and claustrophobic space they somehow ended up in, and in which they seem to play a role they don’t seem to grasp themselves.
The set — three shacks that are surrounded by endless woods — and the installation that resulted from it, form a sultry prison devoid of an outside world, a mirror of the jammed customs and ideas of the characters, an allegorical construction that is always on the edge of collapsing. More than Van de Velde's earlier works, the exhibition focuses on the act of staging itself, of storytelling by using props, poses, compositions. As such, Van de Velde’s fiction seems to seek connection to the ‘reality’ of his artistic practice.
Koen Sels
pleased to present Rinus Van de Velde's second solo exhibition at the gallery.   The work of Rinus Van de Velde (¬∞ 1983 Leuven, lives and works in Antwerp) could be seen as an extensive attempt to engage existing images and stories in a mythologized (artist) biography that consists of drawings and narrative texts. Initially, he mainly sought inspiration for this in an archive of found images, which he used as source material for pencil and charcoal drawings on paper. For his recent, more monumental and ‚Äòpainterly‚Äô charcoal drawings on canvas ‚Äï see for example his solo exhibitions at Patrick Painter Inc (LA) and CAC Malaga ‚Äï he primarily starts from self shot, staged photographs that refer to diverse iconographical traditions: old masters paintings, classical portrait photography, Hollywood films.    This way of working yields stylized, often explicitly posed snapshots of a pseudoheroic story set in a parallel universe, in which the artist is able to start a new life ‚Äï a different artistic practice ‚Äï over and over again. Behind this strategy lies a desire to step into the image, possibly even disappear into it. That is: by constantly staging his artistic practice, Van de Velde tries to undo the difference between life and work, or rather: he tries to live in his work ‚Äï or more literally, his studio. There he ‚Äï and in his slipstream the spectator ‚Äï can, after all, move freely through an endless imaginary universe and identify with all possible alter egos (artists, evidently, but also other ‚Äòheroes‚Äô, like musicians, sportsmen, scientists). In continuously adding images as well as ‚Äòimagoes‚Äô to his visually strongly recognizable mythology, he keeps on postponing the choice for a monolithic artistic practice. Or to put it differently, one could say that Van de Velde, by making drawings that have a strong own signature, paradoxically tries to become a ‚Äòtotal artist‚Äô that incorporates all possible artists.   For his second solo show at Tim Van Laere Gallery, Van de Velde built a full fledged set in his studio for the first time, where he took photos that served as the basis for his drawings. The accompanying text and quotes from that text that serve as captions on the drawings, tell a fragmentary story about the adventures of the artist himself (who wears the mask of an abstract expressionist this time) and three friends: art dealer Jim V., philosopher Frederic Z. and writer Conrad M. The focus lies on their experience of the artificial and claustrophobic space they somehow ended up in, and in which they seem to play a role they don‚Äôt seem to grasp themselves.   The set ‚Äï three shacks that are surrounded by endless woods ‚Äï and the installation that resulted from it, form a sultry prison devoid of an outside world, a mirror of the jammed customs and ideas of the characters, an allegorical construction that is always on the edge of collapsing. More than Van de Velde's earlier works, the exhibition focuses on the act of staging itself, of storytelling by using props, poses, compositions. As such, Van de Velde‚Äôs fiction seems to seek connection to the ‚Äòreality‚Äô of his artistic practice.  Koen Sels


Het werk van Rinus Van de Velde (Leuven, 1983) kan gezien worden als een doorgedreven poging om bestaande beelden en verhalen in te schakelen in een gemythologiseerde (kunstenaars)biografie die bestaat uit tekeningen en verhalende teksten. Aanvankelijk zocht hij daarvoor vooral inspiratie in een archief van gevonden beelden, die hij gebruikte als bronnenmateriaal voor potlood- en houtskooltekeningen op papier. Voor zijn recente, monumentalere en eerder ‘schilderkundige’ houtskooltekeningen op canvas — zie bv. zijn solotententoonstellingen voor Patrick Painter (L.A.) en CAC Malaga — vertrekt hij in de eerste plaats van zelfgenomen, geënsceneerde foto’s, die verwijzen naar uiteenlopende iconografische tradities: de schilderkunst van de oude meesters, de klassieke portretfotografie, de Hollywoodfilm.
Dat levert gestileerde, vaak nadrukkelijk geposeerde snapshots op uit een pseudoheroïsch verhaal dat zich afspeelt in een parallel universum, waarin de kunstenaar steeds opnieuw kan beginnen met een ander leven, een ander kunstenaarschap. Achter die strategie schuilt een verlangen om in het beeld te kunnen stappen, misschien zelfs erin te verdwijnen. Door zijn kunstenaarschap voortdurend in scene te zetten, tracht Van de Velde namelijk ook het verschil tussen leven en werk op te lossen, of liever: in zijn werk — of ook, letterlijker, zijn atelier — te leven. Daar kan hij — en in zijn verlengde ook de toeschouwer — immers vrij door een oneindig beeldend universum bewegen en zich identificeren met alle mogelijke alter ego’s (uiteraard kunstenaars, maar ook andere ‘helden’, zoals muzikanten, sportfiguren, wetenschappers). Terwijl hij steeds weer beelden en imago’s toevoegt aan zijn visueel erg herkenbare mythologie, stelt hij de keuze voor een monolithisch kunstenaarschap uit. Anders gesteld, zou men kunnen zeggen dat Van de Velde via tekeningen met een sterke eigen signatuur, paradoxaal genoeg probeert een totaalkunstenaar te worden die alle mogelijke kunstenaars omvat.
Voor zijn tweede solotentoonstelling in Tim Van Laere Gallery bouwde Van de Velde voor de eerste keer een volwaardig decor in zijn atelier, waarin hij vervolgens foto’s nam die de basis vormden voor zijn tekeningen. De begeleidende tekst en citaten daaruit die op de tekeningen werden geplaatst, vertellen een fragmentarisch verhaal over de lotgevallen van de kunstenaar zelf (die dit keer het masker van een abstract-expressionistische schilder draagt) en drie vrienden: kunsthandelaar Jim V., filosoof Frederic Z. en schrijver Conrad M. De focus ligt op hun ervaring van de artificiële en claustrofobische ruimte waarin ze verzeild zijn geraakt, en waarin ze een rol lijken te spelen die ze zelf niet lijken te begrijpen.
Het decor — drie hutten die omring zijn door een oneindig bos — en de daaruit ontstane installatie vormen een broeierige gevangenis zonder buitenwereld, een spiegel van de vastgelopen gewoontes en ideeën van de personages, een allegorische constructie die steeds op instorten staat. Meer dan in Van de Veldes eerder werk staat in deze tentoonstelling de act van het ensceneren — van het vertellen aan de hand van rekwisieten, poses, composities — zelf centraal. Op die manier lijkt Van de Veldes fictie aansluiting te zoeken bij de ‘realiteit’ van zijn kunstenaarschap.  Koen Sels


 

Tim Van Laere Gallery, Antwerp | info@timvanlaeregallery.com | +32 3 257 14 17
  • Instagram - Black Circle
  • Facebook - Black Circle